Loonbelasting; internetaansluitingen en bij een PC behorende apparatuur

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein belastingen op arbeid en vermogen

 

Besluit van 24 september 2001, nr. CPP2001/1638M

 

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Inleiding

In de uitvoeringspraktijk van de heffing van loonbelasting/premie volksverzekeringen blijkt behoefte te bestaan aan verduidelijking van de wetstoepassing in situaties waarin een werkgever aan zijn werknemer communicatiemogelijkheden of ‑apparatuur wil vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen (hierna steeds: vergoeden).

In het belang van de rechtszekerheid, ter verduidelijking en ter bevordering van een uniforme fiscale behandeling geef ik hierna een overzicht van de gestelde vragen en de daarop gegeven antwoorden 1) inzake:

.....

1)   Waaronder de op 9 mei 2001, persberichtnummer 01/127, gegeven antwoorden op vragen van de leden Reitsma en Wijn van de Tweede Kamer van de Staten-Generaal over een onbelaste vergoeding voor een internetabonnement.

 

1.   ISDN

2.   Internetaansluiting via de kabel

3.   Internetaansluiting via ADSL

4.   Definitie bijbehorende apparatuur

5.   Zakelijk gebruik bijbehorende apparatuur

1.    ISDN

Vraag

ISDN voorziet in meerdere aansluitingen of nummers. Kan een ISDN-voorziening hierom altijd (mede) worden aangemerkt als een tweede telefoon als bedoeld in artikel 40 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001?

Kunnen de installatie- en gebruikskosten van een ISDN-lijn belastingvrij worden vergoed?

Antwoord

De ISDN-voorziening is één zelfstandige telefoon. Hieraan doet niet af dat ISDN voorziet in meerdere aansluitingen of nummers. Bij ISDN is dus niet per definitie sprake van (mede) een “tweede telefoon”, als bedoeld in artikel 40 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001.

De kosten van een ISDN-voorziening bestaan uit eenmalige aankoop- en aanlegkosten en daarnaast uit periodieke abonnements- en gesprekskosten. In het algemeen zal sprake zijn van gemengde kosten. Het zakelijke deel van de aankoop-, aanleg-, abonnements- en gesprekskosten van de ISDN-voorziening kan - met inachtneming van de wettelijke bepalingen - belastingvrij worden vergoed. In voorkomende gevallen kunnen de aankoop- en aanlegkosten van de ISDN-voorziening in aanmerking worden genomen bij de toepassing van de telewerkfaciliteit (artikel 11, eerste lid, onderdeel r van de Wet op de loonbelasting 1964).

2.    Internetaansluiting via de kabel

Vraag

Een werknemer heeft een internetabonnement bij een kabelbedrijf. De werkgever maakt aannemelijk dat de internetaansluiting zakelijk wordt gebruikt. Kunnen de abonnementskosten onbelast worden vergoed?

Kan een internetabonnement bij een kabelbedrijf worden aangemerkt als een tweede telefoon als bedoeld in artikel 40 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001?

Antwoord

Algemeen

Met behulp van een internetabonnement via de kabel kan tegen een vast bedrag per maand onbeperkt van het internet gebruik worden gemaakt. Anders dan bij een aansluiting via het telefoonnet zijn geen gesprekskosten verschuldigd. Een internetabonnement bij een kabelbedrijf is derhalve niet aan te merken als een telefoonabonnement of als een tweede telefoon.

 

In het geval de internetaansluiting via de kabel ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking wordt gebruikt, kunnen de aan dat gebruik verbonden kosten onbelast worden vergoed. In dit verband kunnen de volgende situaties worden onderscheiden:

-     Indien aannemelijk is dat de aansluiting geheel of nagenoeg geheel (³ 90%) ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking wordt gebruikt, kunnen de kosten geheel onbelast worden vergoed.

-     Indien niet aannemelijk is dat de aansluiting meer dan bijkomstig (> 10%) ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking wordt gebruikt, bestaat geen ruimte voor een onbelaste vergoeding.

-     Indien aannemelijk is dat de aansluiting wel meer dan bijkomstig (maar niet geheel of nagenoeg geheel) ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking wordt gebruikt, zal een splitsing naar gelang de mate van het zakelijk en het privé gebruik moeten plaatsvinden. In zo’n geval kan uit een oogpunt van doelmatigheid en eenvoud worden aangenomen dat de aansluiting voor 50% ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking wordt gebruikt en kunnen de kosten voor de helft onbelast worden vergoed.

 

De bewijslast omtrent de mate van gebruik ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking rust op de inhoudingsplichtige. Uiteraard laat het vorenstaande de wettelijke mogelijkheid van onbelaste vergoeding onverlet, bijvoorbeeld als aannemelijk gemaakt wordt dat sprake is van 70% zakelijk gebruik.

3.    Internetaansluiting via ADSL

Vraag

Een werknemer heeft een ADSL-abonnement. Aangenomen kan worden dat de internetaansluiting zakelijk wordt gebruikt. Kunnen de abonnementskosten onbelast worden vergoed?

Kan een ADSL-abonnement worden aangemerkt als een tweede telefoon als bedoeld in artikel 40 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001?

Antwoord

Algemeen

Met behulp van zogenoemde ADSL-technologie wordt breedbandinternet mogelijk gemaakt. Hiertoe wordt een bestaande analoge (=normale) telefoonverbinding of ISDN-verbinding geschikt gemaakt voor dataverkeer met een hoge snelheid.

Het ADSL-abonnement is te splitsen in een deel dat moet worden betaald aan:

-     de provider voor de toegang tot internet (hierna: providergedeelte);

-     een deel dat moet worden betaald aan de verstrekker van ADSL voor een vast bedrag aan gesprekskosten voor het gebruik van internet, ongeacht de mate van gebruik van internet (hierna: gesprekskostengedeelte).

 

Een ADSL-abonnement is derhalve niet gelijk te stellen met een internetabonnement en is niet aan te merken als een telefoonabonnement of als tweede telefoon.

 

De vergoeding van het ADSL-abonnement kan als volgt worden verstrekt:

-     Indien aannemelijk is dat het ADSL-abonnement geheel of nagenoeg geheel ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking wordt gebruikt, kan het ADSL-abonnement geheel onbelast worden vergoed.

-     Indien niet aannemelijk is dat het ADSL-abonnement meer dan bijkomstig ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking wordt gebruikt, bestaat geen ruimte voor een vrije vergoeding.

-     Indien aannemelijk is dat het ADSL-abonnement wel meer dan bijkomstig (maar niet geheel of nagenoeg geheel) ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking wordt gebruikt, zal een splitsing moeten worden gemaakt:

-     het providergedeelte kan onbelast worden vergoed;

-     uit oogpunt van doelmatigheid en eenvoud kan worden aangenomen dat ten aanzien van het gesprekskostengedeelte 50% ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking wordt gebruikt en de kosten voor de helft onbelast worden vergoed.

 

De bewijslast omtrent de mate van gebruik ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking rust op de inhoudingsplichtige. Uiteraard laat het vorenstaande de wettelijke mogelijkheid van onbelaste vergoeding onverlet, bijvoorbeeld als aannemelijk gemaakt wordt dat sprake is van 70% zakelijk gebruik. In zo’n geval kan het providergedeelte geheel onbelast worden vergoed en kan van het gesprekskostengedeelte 70% onbelast worden vergoed.

4.    Definitie bijbehorende apparatuur

Vraag

Wat moet worden verstaan onder bijbehorende apparatuur, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel q, van de Wet op de loonbelasting 1964?

Antwoord

Blijkens de wetsgeschiedenis vallen onder meer modems, printers en faxen onder het begrip bijbehorende apparatuur. Gelet hierop kan naar mijn oordeel als bijbehorende apparatuur worden beschouwd de apparatuur die feitelijk bestemd is om aan de PC te worden gekoppeld om informatie uit te wisselen.

Voorbeelden hiervan zijn een docking station (een apparaat dat wordt geplaatst tussen een portable computer en een zogenaamde bureauset) en een digitale fotocamera.

Een organizer voldoet niet aan de definitie van bijbehorende apparatuur, aangezien deze - ook indien een koppeling met de PC mogelijk is - feitelijk bestemd is om zelfstandig te worden gebruikt.

5.    Zakelijk gebruik bijbehorende apparatuur

Vraag

Moet bij de vergoeding van los aangeschafte bijbehorende apparatuur het zakelijk gebruik (“het gebruik mede ter vervulling van de dienstbetrekking”, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel q, van de Wet op de loonbelasting 1964) van de bijbehorende apparatuur worden getoetst?

Antwoord

Bij de aanschaf van een configuratie wordt het mede zakelijk gebruik van de gehele configuratie als zodanig getoetst en niet per onderdeel. Bij de aanschaf van los aangeschafte bijbehorende apparatuur bestaat geen aanleiding om een andere toets van het zakelijk gebruik te hanteren.

Een marginale toets is echter op zijn plaats voor los aangeschafte bijbehorende apparatuur welke ook geheel of gedeeltelijk zelfstandig kan worden gebruikt en waarvan objectief gezien niet snel wordt aangenomen dat zij mede dient voor een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. Een voorbeeld van apparatuur waarbij in de meeste gevallen een marginale toets moet plaatsvinden is een digitale fotocamera.