Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein belastingen op arbeid en vermogen
Besluit van 21 december 2001, nr. CPP2001/3661M
De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.
Dit Besluit geldt met ingang van 1 januari 2002 en vormt de actualisering per die datum van de besluiten van 20 december 2000, nr. CPP2000/3201M, en 7 september 2001, nr. CPP2001/1771M, in het kader van het in werking treden van het Belastingplan 2002, deel III.
Dit besluit betreft het carpoolen met een eigen auto van de werknemer. Voor werknemers die carpoolen met een door de werkgever ter beschikking gestelde auto zal met ingang van 1 januari 2002 eveneens een carpoolregeling worden geďntroduceerd; zie daarvoor de onder nummer DGB2001/1744M, ''vragen en antwoorden privé-gebruik auto'', geactualiseerde versie van het besluit van 15 juni 2001, nr. RTB2001/793M.
Als werknemers met een eigen auto carpoolen in het kader van het zgn. regelmatig woon-werkverkeer, kan de werkgever:
- de inzittenden ieder een vrije vergoeding geven met toepassing van het reiskostenforfait (n.b. de zgn. meerijbonus is per 1 januari 2002 komen te vervallen); dan wel
- de bestuurder een vrije vergoeding geven van ten hoogste € 0,28 per kilometer als voldaan wordt aan de voorwaarden in artikel 16b, vijfde lid, Wet LB 1964 en artikel 10 Uitv.reg. LB 2001 (hierna: de zgn. carpoolregeling).
Ten behoeve van de praktische uitvoering van de carpoolregeling met ingang van 1 januari 2002 heeft de Vereniging VNO-NCW mij een model en een rittenformulier voorgelegd 1). De toepassing daarvan heeft mijn instemming. In verband hiermee is het Besluit van 20 december 2000, nr. CPP2000/3201M, achterhaald. In dat Besluit zijn de 2001-modellen gepubliceerd.
.....
1) Het model en het rittenformulier zijn verkrijgbaar bij de eenheden Belastingdienst/Ondernemingen en bij VNO-NCW, postbus 93002, 2509 AA Den Haag, telefoon: 070: 3490275 (email: schuit@vno-ncw.nl).
Vanuit de praktijk zijn vragen gesteld over de vergoedingsmogelijkheden bij carpoolen. De op deze vragen gegeven antwoorden zijn hierna opgenomen.
1. Vraag
Tellen de zgn. omrij-kilometers mee voor de 10-km-grens?
Antwoord
Nee, voor het bepalen van de 10-kilometergrens (enkele reis) bij de vraag of voor de bestuurder een vrije vergoeding mogelijk is (carpoolregeling dan wel reiskostenforfait), moet worden uitgegaan van de reisafstand exclusief de omrijkilometers. Hierdoor is geen belastingvrije vergoeding mogelijk in bijvoorbeeld de situatie waarin een werknemer op een afstand van 8 kilometer van zijn werk woont, voor het meenemen van een collega 5 kilometer moet omrijden naar diens woonplaats en daarvandaan 13 kilometer naar zijn werk aflegt.
2. Vraag
Tellen de zgn. omrij-kilometers mee voor de hoogte van de vrije vergoeding?
Antwoord
Ja, voor het bepalen van de hoogte van de vrije vergoeding (volgens het reiskostenforfait of de carpoolregeling) kan worden uitgegaan van de enkele reisafstand inclusief de omrijkilometers (uitgaande van de meest gebruikelijke route), voorzover die omrijkilometers controleerbaar zijn vastgelegd, bijvoorbeeld in het rittenformulier.
3. Vraag
Kan er in de loop van het jaar, nadat er is gecarpoold onder toepassing van het reiskostenforfait, worden overgestapt op de carpoolregeling waarbij de bestuurder in aanmerking komt voor de vrije vergoeding van ten hoogste € 0,28/km of vice versa.
Antwoord
Dat ontmoet geen bezwaar. De regelingen kunnen afwisselend in het jaar worden toegepast, mits een en ander controleerbaar wordt bijgehouden.
4. Vraag
Twee werknemers carpoolen met toepassing van de carpoolregeling. Daarna volgt er een onderbreking, doordat de meerijder tijdelijk naar een andere arbeidsplaats reist; de bestuurder blijft naar dezelfde arbeidsplaats reizen.
Gedurende de onderbreking wenst de werkgever zowel aan de bestuurder als aan de meerijder een vrije vergoeding voor reiskosten te geven van maximaal € 0,28 per kilometer (zgn. vrije vergoeding voor niet-regelmatig woon-werkverkeer). Is dat toegestaan?
Antwoord
Dat hangt af van de omstandigheden. De werkgever kan de vrije vergoeding volgens de carpoolregeling blijven doorbetalen wanneer de bestuurder en/of zijn meerijder gedurende een korte periode zijn verhinderd. Dat lijdt echter uitzondering bij een langdurige onderbreking in de zin van het Besluit van 9 februari 1995, DB95/289M. In dat geval treedt de hoofdregel in werking: zodra er sprake is van ''plegen te reizen'' is het reiskostenforfait verplicht van toepassing. De 40-dagenregeling geeft invulling aan het begrip plegen te reizen. Voor de toepassing van de 40-dagenregeling tellen de carpooldagen mee (vgl. ook de toelichting bij het VNO-NCW-model). Hierbij is er van uitgegaan dat feitelijk inderdaad sprake is van een langdurige onderbreking.
5. Vraag
Een werknemer werkt dagelijks op dezelfde arbeidsplaats. Hij reist met zijn eigen auto:
- Een deel van de week alleen en krijgt daarvoor een vergoeding volgens het reiskostenforfait.
- Een deel van de week als bestuurder in een carpool en krijgt daarvoor € 0,28 per kilometer overeenkomstig de carpoolregeling.
Kunnen de genoemde vergoedingen als vrije vergoeding worden uitbetaald?
Antwoord
Ja.
- Op de dagen dat de werknemer alleen reist is sprake van regelmatig woon-werkverkeer. Daarvoor geldt het reiskostenforfait (artikel 16b Wet LB 1964).
- Op de dagen dat de werknemer als bestuurder fungeert in een carpool is een vrije vergoeding mogelijk volgens de carpoolregeling, mits er wordt voldaan aan de daarvoor geldende voorwaarden.
Dit besluit treedt in werking per 1 januari 2002
Het Besluit van 7 september 2001, nr. CPP2001/1771M is hierbij vervallen.