Loonbelasting. Afdrachtvermindering zeevaart

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein belastingen op arbeid en vermogen

 

Besluit van 4 maart 2004, nr. CPP2003/2596M

 

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiƫn het volgende besloten.

 

Aan mij is een vraag voorgelegd over de toepassing van de afdrachtvermindering zeevaart met betrekking tot het loon van de bemanning van een zeeschip dat wordt gebruikt voor de sportvisserij. De vraag en het antwoord zijn hierna opgenomen.

Vraag

Sinds 1 januari 2003 is een van de voorwaarden voor toepassing van de afdrachtvermindering zeevaart dat de inhoudingsplichtige afschriften bewaart van monsterrollen als bedoeld in artikel 33, van de Zeevaartbemanningswet (zie artikel 18, tweede lid, onderdeel a, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen).

 

Voor een aantal zeeschepen die worden gebruikt voor sportvisserij op zee geldt dat geen monsterrollen zijn bijgehouden. Dit is gebeurd met instemming van de scheepvaartinspectie.

 

Kan de inhoudingsplichtige onder deze omstandigheden de afdrachtvermindering zeevaart toepassen?

Antwoord

Nee, de WVA biedt onder deze omstandigheden geen mogelijkheid de afdrachtvermindering zeevaart toe te passen. Nu het niet bijhouden van de monsterrollen heeft plaatsgevonden met de instemming van de scheepvaartinspectie keur ik echter goed dat de inhoudingsplichtige de afdrachtvermindering zeevaart toch toepast.

 

Deze goedkeuring neemt niet weg dat de bewijslast voor het bedrag aan loon waarop de afdrachtvermindering zeevaart wordt toegepast bij de inhoudingsplichtige ligt. De inhoudingsplichtige is vrij in zijn keuze waarop hij aan die bewijslast voldoet.