Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein Belastingen op Arbeid en Vermogen
Besluit van 13 oktober 2004, nr. CPP2004/1032M
De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiƫn het volgende besloten.
Aan mij is een vraag voorgelegd over loon in natura. De vraag en het antwoord zijn hierna opgenomen.
De Voorzitter Raad van Bestuur Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) heeft mij meegedeeld dat de inhoud van dit besluit ook van toepassing is voor de premieheffing werknemersverzekeringen.
Een Stichting wil cultuur in bredere kring uitdragen via een zogenoemd cultuurabonnement. Bedrijven kunnen dit cultuurabonnement voor hun werknemers aanschaffen. Zij betalen daarvoor een abonnementsbedrag per werknemer per jaar. De werknemers kunnen vervolgens van de diensten van de Stichting gebruik maken.
Bij gebruik van het abonnement ontvangen werknemers een korting van minimaal 10%. De Stichting bekostigt haar uitgaven uit de advertenties van de aangesloten cultuuraanbieders en uit de abonnementsbedragen van de aangesloten bedrijven. Een particulier kan geen abonnement afsluiten.
Behoren de kortingen tot het loon?
Nee, de kortingen behoren niet tot het loon. Het cultuurabonnement behoort wel tot het loon, naar de waarde daarvan in het economische verkeer, onder aftrek van een eventueel door de werknemer te betalen eigen bijdrage. De waarde in het economische verkeer is in het algemeen het bedrag dat de inhoudingsplichtige voor de werknemer betaalt voor het cultuurabonnement.
Ieder voordeel uit dienstbetrekking is in beginsel loon. Dat geldt ook voor het cultuurabonnement. Het door de inhoudingsplichtige bij de Stichting bedongen recht op korting, in de vorm van een cultuurabonnement, is een zelfstandig product. Dit recht, dat de werknemer rechtstreeks bij de Stichting geldend kan maken, vormt voor de werknemer loon in natura (zie artikel 13 van de Wet op de loonbelasting 1964). Het behoort naar de waarde in het economische verkeer tot het loon dat de werknemer van de inhoudingsplichtige geniet. De waarde in het economische verkeer van het recht is het bedrag dat de inhoudingsplichtige per werknemer betaalt.
De feitelijke kortingen zijn in dit geval niet van belang voor het fiscale loon. Dat zou anders zijn als de inhoudingsplichtige afhankelijk van het aantal boekingen nog betalingen aan de Stichting zou zijn verschuldigd.
Voor de premieheffing werknemersverzekeringen is het volgende van belang. Als de werkgever ervoor kiest dit loon in natura in de eindheffing te betrekken (binnen de daarvoor geldende wettelijke grenzen), valt het loon buiten het loon sociale verzekeringen.