Directoraat-generaal Belastingdienst
Team particulieren en formeel recht
Besluit van 26 oktober 2001, nr. DGB 2001/438M
De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.
Vanaf 1 januari 2001 geldt er in de loonbelasting een nieuwe regeling voor de waardering van maaltijden in bedrijfskantines (kantineregeling). Voorzover maaltijden een overwegend privé-karakter hebben, wordt de waarde gesteld op de waarde in het economische verkeer, tenzij de werknemer ten minste de kosten betaalt die rechtstreeks met de verstrekking van de maaltijd verband houden.
In de commissie Thunnissen-De Waard hebben vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties aangegeven dat de nieuwe regeling moeilijk uitvoerbaar is, omdat de kosten die rechtstreeks met de verstrekking van de maaltijd verband houden, niet altijd eenvoudig zijn te bepalen. Daarnaast geeft deze waardebepaling problemen bij bedrijven waar de kantine wordt gedreven door een extern cateringbedrijf.
Zoals ik inmiddels heb meegedeeld aan de vaste Commissie voor financiën uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1), heb ik besloten de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 op dit punt aan te passen per 1 januari 2002. Vanaf die datum vervalt de huidige kantineregeling en wordt de waarde in het economisch verkeer van een kantinemaaltijd vastgesteld op een forfaitair bedrag, waarop de eventuele eigen bijdrage van de werknemer in mindering komt. De verschuldigde loonbelasting/premie volksverzekeringen kan desgewenst worden voldaan via eindheffing (tabeltarief). De forfaitaire bedragen worden voor 2002 na indexering vastgesteld op € 1,85 (f 4,08) voor een koffiemaaltijd en € 3,50 (f 7,72) voor een warme maaltijd . Deze bedragen zullen ook gaan gelden voor de premieheffing werknemersverzekeringen.
Ter voorkoming van misverstanden merk ik op dat deze regeling geen gevolgen heeft voor maaltijden waarbij het zakelijke karakter van meer dan bijkomstig belang is (vergelijk de artikelen 28 en 32 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001).
.....
1) Brief van 5 september 2001, nr. WDB 2001/00446; V-N 2001/52.17
Hoewel de aanpassing van de Uitvoeringsregeling loonbelasting ingaat op 1 januari 2002, keur ik goed dat werkgevers desgewenst ook in 2001 de aangepaste kantineregeling kunnen toepassen. Voor het jaar 2001 mag de werkgever dus kiezen tussen de nieuwe forfaitaire waardering of de huidige kantineregeling. Voor 2001 gelden bedragen van € 1,75 (f 3,86) voor een koffiemaaltijd en € 3,35 (f 7,50) voor een warme maaltijd.
Deze goedkeuring geldt niet voor de premieheffing werknemersverzekeringen. Om problemen in de uitvoering te voorkomen verbind ik daarom aan deze goedkeuring de voorwaarde dat de verschuldigde loonbelasting/premie volksverzekeringen via eindheffing (tabeltarief) wordt voldaan. Als er in de loop van 2001 al bedragen loonbelasting/premie volksverzekeringen op het loon zijn ingehouden in verband met het verstrekken van kantinemaaltijden, dan kan dit via een bezwaarschrift worden gecorrigeerd (zie onderdeel 8.3.5 van de Handleiding loonbelasting, premie volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen). Wat betreft de premieheffing werknemersverzekeringen geldt dat indien een werkgever alsnog van deze goedkeuring gebruik maakt, de eventuele afgedragen premies via de afrekeningsnota kunnen worden verrekend.