Dit beleidsbesluit bevat een goedkeuring dat werkgevers bepaalde kleine teruggaven niet in de loonadministratie hoeven te verwerken. Ook mogen werkgevers bepaalde teruggaven onder voorwaarden netto doorbetalen aan hun werknemers. Het betreft de teruggaaf van de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2009. Dit besluit continueert hiermee voor 2009 de goedkeuringen voor de jaren 2007 en 2008, aangepast aan de huidige wettelijke regelingen. Het onderdeel “Naheffingen” is verplaatst naar een beleidsbesluit over correctieverplichtingen.
De werkgever houdt de inkomensafhankelijke bijdrage
Zorgverzekeringswet (hierna: bijdrage Zvw) en het werknemersdeel van de premies
werknemersverzekeringen in op het loon van de werknemer en draagt deze af. Voor
de bijdrage Zvw en de premies werknemersverzekeringen gelden maximumbedragen.
Als een werknemer meer dan een dienstbetrekking heeft, kan het voorkomen dat in
totaal meer dan die maximumbedragen wordt ingehouden en afgedragen. De
Belastingdienst betaalt teveel betaalde bedragen dan terug na afloop van het
kalenderjaar (zie de paragrafen 5.6 en 6.3 van het Handboek loonheffingen).
Deze teruggaven vergen nogal wat handelingen in de loonadministratie. De
teruggaaf kan zo laag zijn dat de administratieve last van de werkgever niet in
verhouding staat tot het voordeel van de werknemer. Om aan die administratieve
last tegemoet te komen is voor de teruggaven 2007 en 2008 een eenvoudige
regeling getroffen, neergelegd, respectievelijk, in de besluiten van 30 juni
2008, nr. CPP2008/1230, Stcrt. nr. 124 en van 21 april 2009, nr. CPP2009/455M,
Stcrt. nr. 82.
In dit beleidsbesluit geef ik een gelijke regeling voor de teruggaven 2009. De
volgende elementen zijn aangepast aan de huidige wettelijke regelingen:
- Het bedrag van de in deze besluiten genoemde doelmatigheidsgrens is in
overeenstemming gebracht met het bedrag genoemd in artikel 9.4, vijfde lid, van
de Wet inkomstenbelasting 2001, namelijk € 14.
- In 2009 is niet langer sprake van een teruggaaf aan de werknemer van de
premie WW-Awf omdat in 2009 het percentage van het werknemersdeel 0% is.
- Ook bij de overheidswerkgever is in 2009 geen sprake van een teruggaaf van
het werknemersdeel van de Ufo-premie, omdat dit werknemersdeel voor 2009
eveneens 0% is.
|
loonheffing |
loonbelasting/premie volksverzekeringen |
|
loonheffingen |
loonheffing, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet |
|
Ufo-premie |
premie Uitvoeringsfonds voor de overheid |
|
werkgever |
inhoudingsplichtige voor de loonheffingen |
|
WW-Awf |
Werkloosheidswet-Algemeen werkloosheidsfonds |
|
Zvw |
Zorgverzekeringswet |
Als er teveel aan bijdrage Zvw of premies werknemersverzekeringen is betaald, ontvangt de werkgever na afloop van het kalenderjaar hierover bericht van de Belastingdienst. De Belastingdienst betaalt de teveel betaalde bedragen dan automatisch terug. De werkgever moet de teruggaven over het afgelopen jaar vervolgens administratief verwerken. Voor het jaar 2009 ziet de verwerking van de teruggaaf in de loonadministratie alleen nog op de teruggaaf bijdrage Zvw.
Een teruggaaf bijdrage Zvw betekent dat de werkgever achteraf gezien een te hoge vergoeding aan de werknemer heeft gegeven ter grootte van het bedrag van de teruggaaf. De werkgever hoeft de te hoge vergoeding niet zelf terug te vorderen van de werknemer. Volgens de wettelijke systematiek voorkomt de Belastingdienst dat door de teruggaaf bijdrage Zvw aan de werkgever te betalen. Daarmee is de te hoge vergoeding Zvw automatisch verrekend met de achteraf gezien te hoge bijdrage Zvw. De werknemer heeft over de vergoeding Zvw dan nog wel teveel loonheffing betaald. Om dit recht te trekken boekt de werkgever de verrekende vergoeding Zvw als negatief loon voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen. Dat moet hij doen in het aangiftetijdvak waarin hij de terugbetaling van de Belastingdienst ontving. Hij mag dat ook in het eerstvolgende aangiftetijdvak doen als dat in hetzelfde kalenderjaar valt. Als de werkgever in verband met de teruggaaf toch een bedrag aan de individuele werknemer doorbetaalt vormt dat loon voor alle loonheffingen. De werkgever moet de daarover verschuldigde loonheffingen op de normale wijze inhouden en afdragen.
Teruggaafsituaties vergen nogal wat handelingen in de loonadministratie. Daarom heb ik in de voorgaande jaren een eenvoudige regeling getroffen en een doelmatigheidsgrens aangegeven. Tevens is onderzoek gedaan naar een eenvoudiger teruggavenproces. Uitkomst hiervan is een vereenvoudiging van de heffing van de premies werknemersverzekeringen en de bijdrage Zvw, neergelegd in het Wetsvoorstel Uniformering Loonbegrip (Kamerstukken II, 2009/10, 32 131). Die vereenvoudiging voorkomt zoveel mogelijk het complexe proces van teruggaven. In afwachting van de inwerkingtreding van de voorgestelde regeling, continueer ik met dit besluit voor het jaar 2009 de eenvoudige regeling voor de teruggaaf bijdrage Zvw, zoals deze in de voorgaande jaren gold.
Goedkeuringen
- Ik keur goed dat werkgevers een teruggaaf van de bijdrage Zvw 2009 tot en met
€ 14 per werknemer niet verwerken in de loonadministratie.
- Ik keur daarnaast goed dat werkgevers ervoor kunnen kiezen (het bedrag van)
die teruggaven tot en met € 14 per teruggaaf per werknemer netto door te
betalen aan hun werknemers. Die doorbetaling heeft dan geen gevolgen voor de
loonheffingen.
- Ik keur bovendien goed dat werkgevers ervoor kunnen kiezen (het bedrag van)
de teruggaaf van de bijdrage Zvw 2009, ongeacht de hoogte van het bedrag, niet
in de loonadministratie te verwerken. Voorwaarde hiervoor is dat ze er tegelijk
voor kiezen het totale bedrag van die teruggaaf netto door te betalen aan hun
werknemers. Die doorbetaling heeft dan geen gevolgen voor de loonheffingen.
Toelichting
In deze goedkeuringen geldt de grens van € 14 per bericht van de
Belastingdienst aan de werkgever. Hierom zijn de goedkeuringen bijvoorbeeld ook
toepasbaar op aanvullende teruggaven tot en met € 14.
Deze goedkeuringen laten uiteraard onverlet dat werkgevers er – eveneens per
bericht van de Belastingdienst - voor kunnen kiezen om de wettelijke regeling
toe te passen, zoals weergegeven onder onderdeel 2.1.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de
datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt
terug tot en met de dagtekening van dit besluit.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 8 maart 2010.
De minister van Financiën.
mr. drs. J.C. de Jager.