Jonggehandicaptenkorting

Directie Rechtstoepassingsbeleid Belastingdienst

 

Besluit van 9 maart 2001, nr. RTB2001/1012M

 

De staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Inleiding

Personen met een WAJONG-uitkering kunnen de jonggehandicaptenkorting niet altijd in de inhoudingssfeer vergelden. Dit doet zich met name voor als naast de WAJONG-uitkering loon wordt genoten, het loon en de uitkering gescheiden worden uitbetaald en de loonheffingskorting bij de werkgever geldend wordt gemaakt. De werkgever noch de instelling die de WAJONG-uitkering betaalt, kan dan rekening houden met de jonggehandicaptenkorting. Enerzijds kan dat niet omdat alleen de inhoudingsplichtige die de WAJONG-uitkering (door)betaalt de jonggehandicaptenkorting kan toepassen. Anderzijds is dat onmogelijk omdat de jonggehandicaptenkorting deel uitmaakt van de loonheffingskorting en deze slechts bij één inhoudingsplichtige tegelijkertijd gebruikt mag worden. Betrokkenen kunnen in deze gevallen de jonggehandicaptenkorting eerst na afloop van het jaar via een T-biljet ontvangen. Dit is een onwenselijke situatie.

In de antwoorden op de kamervragen, gesteld door het lid De Wit (bijgevoegd), is toegezegd dat geregeld zal worden dat uitvoeringsinstellingen van de WAJONG-uitkering de jonggehandicaptenkorting ook kunnen toepassen als de loonheffingskorting bij de werkgever wordt vergolden. Met dit Besluit wordt uitvoering gegeven aan deze toezegging.

Goedkeuring

Vooruitlopend op wetswijziging keur ik met terugwerkende kracht tot 1 januari 2001 goed dat de inhoudingsplichtige die de WAJONG-uitkering (door)betaalt steeds rekening houdt met de jonggehandicaptenkorting, ook als de loonheffingskorting voor het overige bij een andere inhoudingsplichtige wordt vergolden. De inhoudingsplichtige die op grond van deze goedkeuring rekening houdt met de jonggehandicaptenkorting vermeldt in de loonadministratie dat code 0 (geen loonheffingskorting) van toepassing is.